Kreeftenleed

warhol lobsterMijn jongste zoon zeurde al tijden om een aquarium met kreeftjes. En die moest beneden staan zodat we er allemaal van zouden genieten. Met een hond, twee katten en een vijver vol vissen vond ik ons gezin eigenlijk wel compleet. Bovendien overleefde ons onderwatervee in het verleden niet altijd de vakantie. Met deze argumenten wist ik nog een poosje het onvermijdelijke uit te stellen.

Maar goed, bijgestaan door zijn vader, die het houden van vissen zo’n beetje heeft uitgevonden, wist T me over te halen en zo stonden we op een doordeweekse middag in de dierenspeciaalzaak bij de afdeling aquaria. Tussen kommen, bakken, zandzakken, zakken met kleine en zakken met grotere steentjes in diverse kleuren, huisjes in Atlantisstijl, levende en plastic planten, vonden we de bakjes met kreeftachtigen.

De Latijnse namen op de bordjes zeiden ons niet zoveel. Maar qua afmeting paste er maar een soort in ons aquarium thuis. De verkoper kon er meer over vertellen: “Deze worden een centimeter of 12”. Dat was dus te groot. Gelukkig informeerde hij nog even bij zijn collega achter en toen hij terugkwam bleek dat de kreeftjes die we op het oog hadden eigenlijk al waren uitgegroeid. We kochten er vier.

Na een maandje hadden ze hun pantsertjes al een keer of wat uitgedaan. Daarna waren ze weer een maatje groter. Eentje was zijn soortgenoten daarbij steeds een stap vooruit, en niet alleen hijzelf (of moet ik spreken van zijzelf?) maar ook de andere kreeftjes waren zich daarvan bewust. Met zijn verhoudingsgewijs grote scharen om zich heen maaiend, was hij heer en meester in het territorium. Met uiterste precisie mikten we twee keer per dag de brokjes in het water. Iedereen moest immers genoeg te eten krijgen.

Op een ochtend vertelde T me dat hij iets raars had gezien: de grote kreeft was in gevecht met een kleintje en opeens miste die een schaar. Wat verschrikkelijk! We waren er allemaal van ontdaan (nou ja: bíjna allemaal). Toen ´s middags bleek dat het kneusje ook zijn andere schaar kwijt was, was de oorlog verklaard. De boosdoener moest tijdelijk verhuizen totdat zijn aquariumgenoten waren uitgegroeid tot volwaardige tegenstanders.

Niet lang na de verhuizing werd hij ineens wat stiller. Met zijn staart naar binnen gekruld, zat hij roerloos op de bodem. Zijn eten liet hij liggen. En op een avond lag hij op zijn rug. Ik was er al bang voor. Een verdrietige zoon begroef hem in de tuin.

Dat twee weken later de volgende kreeft op zijn rug lag, kon geen toeval zijn. Na enig speurwerk bleek dat de pomp niet goed werkte en nog diezelfde dag kochten we een nieuwe. Dat apparaat filterde het water niet alleen, het zorgde ook voor bruisend, zuurstofrijk water. Er was een nadeel: het maakte geluid. Daar ergerde ik me aan. En de kreeftjes volgens mij ook. Bewegingloos zaten ze de hele dag verstopt in een buisje. Pas toen ik de stekker eruit trok, knapten ze weer op.

Zo konden we nog jaren doorgaan. Maar ook de laatste twee kreeftjes lagen op een dag op hun rug. Het ritueel in de achtertuin herhaalde zich. Nu staat het aquarium weer schoon in de kast. Het schijnt dat er vissen in komen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: