Roddelen, iedereen doet het. Kennelijk hebben we de behoefte om over elkaar te kletsen als het gespreksonderwerp buiten gehoorafstand is. Maar waarom doen we het eigenlijk? Omdat we denken dat we zelf beter zijn? Hebben we soms een appeltje met iemand te schillen? Of is het uit pure afgunst en botvieren we onze jaloezie op die ander? Feit is dat mensen van hoog tot laag het doen en dat niemand wordt gespaard. O ja, zelf doe ik het ook. Maar er is roddelen en roddelen, als je begrijpt wat ik bedoel.

Er zijn mensen, en ik zeg niet wie, die blijven ermee doorgaan. Op iedereen leveren zij commentaar. En niks is goed natuurlijk. De een heeft een verkeerd kapsel. Of iemand zei geen gedag. Had een verkeerde opvatting. Was te laat. Ging zijn eigen gang. Droeg de verkeerde kleur schoenen. Was te slim. Was te dom. Te dik, te dun, te kort of je keek er juist tegenop.

Tegen deze mensen zeg ik: get a life. Of vriendelijker: laat mensen in hun waarde en accepteer verschillen. We doen allemaal maar wat en meestal met goede bedoelingen. Door al die kritiek verzuur je alleen maar. Kijk naar jezelf en wees niet zo ontevreden. Maar bovenal: val mij er niet mee lastig.

Nu alle 92 wasjes zijn gedraaid, de caravan is uitgesopt en de poezen extra zijn geknuffeld om het weer goed te maken, kunnen we rustig zitten om nog even wat te mijmeren. Over wat de afgelopen vakantie ons bracht bijvoorbeeld of over de frisse plannen die we maakten voor het komende jaar. Want u benutte uw verblijf op die idyllische Franse camping aan dat traag meanderende riviertje toch ook om bruisende ideeën te laten opborrelen en nieuwe projecten te bedenken? Niet, zegt u? Zal ik u eens een geheimpje verklappen:  ik heb mijn tijd ook beter besteed.

Twee dagen kostte het me om los te komen van vaste patronen, immer wachtende klussen en de sociale stoormedia. Met excuses aan mijn gezinsleden die dit met chagrijn en slecht humeur moesten ondergaan. Maar daarna was de knop om en dompelde ik mij moeiteloos onder in de geschiedenissen van middeleeuwse ruïnes en liet ik mij meeslepen in de belevingswereld van een pretpark. Ik verbaasde me over de uitzinnige bouwwerken van een idiote Beierse koning en sprong dagelijks in een heerlijk meertje om zwemmend wakker te worden. De plannen die we maakten, reikten niet verder dan de volgende dag en de taken die we verdeelden, beperkten zich tot verse broodjes halen en de afwas doen. Kortom: ik vierde vakantie. Slechts een keer heb ik mijn mailbox gecheckt en de nieuwsberichten erop nageslagen om vervolgens de laptop weer snel dicht te klappen en terug te keren naar het vakantiegevoel.

Spijtig namen mijn gezinsleden en ik na drie weken afscheid van de vakantieplek om terug te keren naar huis; gewoonlijk het minst leuke deel van de hele onderneming. Maar eenmaal thuis verbaas ik me over de snelheid waarmee we onze dagelijkse zaakjes hervatten, alsof we niet zijn weggeweest. Na twee dagen eten we gewoon weer aardappels en bloemkool, zitten we als vanouds op de bank met de laptop op schoot en zijn de stapeltjes nog op te ruimen boeken en tijdschriften en de almaar toenemende collectie opladers de laatste zichtbare overblijfselen van de vakantie.  

Maar gelukkig hebben we de foto’s nog! Ik moet alleen nog uitzoeken welke van de 600 foto’s ik laat afdrukken in een fotoboek. Dat moet ik trouwens ook nog doen met de foto’s van de vorige vakantie. Genoeg materiaal dus om me nog een poosje mee te vermaken. Als ik daar nou eens een leuk project van ga maken voor de komende winter…

Zoals gewoonlijk was de file op de A9 langer dan ik had ingepland, zodat ik me weer eens zat te verbijten achter het stuur terwijl ik ondertussen de tijd van minuut tot minuut in de gaten hield. Ik baalde van m’n hardleersheid en nam me voor de zoveelste keer voor om de volgende keer tien minuten eerder te vertrekken. Mijn bestemming die ochtend: Nieuwezijds Voorburgwal in Amsterdam. Altijd een feestje en dat ligt ook aan de reis ernaartoe. En dan bedoel ik niet dat deel van de reis over de A9, o nee, ik heb nog net geen hekel aan autorijden, maar de rit in tramlijn 2 van Sloten naar het centrum. Die tweede etappe met de tram heb ik ingelast om te besparen op hoge parkeerkosten in de stad, maar voor een dorpsbewoner als ik (wat een grappig woord eigenlijk; geeft een associatie met holbewoner) is dat hetzelfde als een rondje in de draaimolen voor een klein kind.

Voorlopig zat ik echter nog niet in de tram. Om een stuk van de file te ontwijken, nam ik de afslag bij Badhoevedorp; vanaf dat punt zou het nog maar tien minuten rijden zijn naar de tramhalte. De omleiding via Osdorp moest geen probleem zijn: eerder die week was het mij immers ook gelukt om zonder navigatie, weliswaar op goed geluk, in een keer naar de goeie bestemming te rijden. Het eerste stuk door de buitenwijken ging het nog goed, maar ineens realiseerde ik me dat ik niet meer wist waar ik reed. En erger nog, ik wist ook niet meer of ik richting noord, oost, zuid of west reed. Ik ging linksaf, ik ging rechtsaf, maar zag geen herkenningspunten meer. De straatnamen die ik las, kende ik wel, maar waar die zich op de plattegrond van Amsterdam bevonden, geen idee. De passerende tramlijn 17 waarop als eindbestemming Centraal Station stond aangegeven, bleek mijn redding. Snel de auto wegzetten en in die tram; wellicht zou ik nog op tijd op mijn afspraak zijn. Aan het begin van de eerste de beste straat waar ik gezien het dorpse karakter mijn auto veilig leek te kunnen stallen, stond een bord met de waarschuwing: gebied beveiligd met dna-spray. Ik had zo’n bord nog nooit eerder gezien, zodat ík daar in ieder geval door werd afgeschrikt. Voor de parkeerplaats van het verderop gelegen aftandse flatgebouw werd gewaarschuwd voor een drankverbod in de avonduren. Ik had al een aardige eerste indruk van de habitat van de bewoners in dit stadsdeel. Nou ja, het was negen uur ’s ochtends, dus het moest mogelijk zijn om ongeschonden de tram te bereiken.

Gelukkig kwam die tram snel, zodat mijn pleziertochtje kon beginnen en deze keer nog wel onverwacht langs een andere dwarsdoorsnede van Amsterdam. Wat ik zo leuk vind aan een tramlijn die begint op het bijna-uiterste randje van de stad en eindigt in het hart: in een halfuur zie je in vogelvlucht de architectuurgeschiedenis van de stad aan je voorbijtrekken. En dat vanaf de best denkbare plek, met ongehinderd uitzicht, voor nog geen twee euro. Jammergenoeg was ik wel weer tien minuten te laat op mijn afspraak.

Nawoord: Thuis heb ik de kaart van Amsterdam even goed bestudeerd, zodat ik de volgende keer weer de juiste afslag neem. En om te voorkomen dat ik totaal verweesd rondrijd als ik per ongeluk, je weet het maar nooit, toch weer de verkeerde kant op rijd. En dat van die dna-spray heb ik ook nog uitgezocht: dat schijnt vrij algemeen gebruikt te worden in de stad. Weet ik dat ook weer.

Een tijdje geleden trok ik al de conclusie dat het niet het bloggen ‘an sich’ is dat mij veel tijd kost: met name het lezen van blogs van anderen houdt me van de straat sinds ik wordpress heb ontdekt. Ik weet het: ik loop niet bepaald voorop met dit soort ontwikkelingen. Maar sinds ik vorige week ook twitter heb omarmt, herhaalt dit hele proces zich. Sommige twitteraars zijn gewoon te leuk om links te laten liggen. Alleen beperkt het volgen van hen zich niet tot het lezen van hun tweets, doordat ik ook doorklik naar de reply’s op die tweets, vervolgens het profiel aanklik van degene die heeft gereplied, daarna bekijk wie de volgers zijn van degene die heeft  gereplied, van wie ik ook weer wil weten wat zij te melden hebben. Ziehier mijn tijdslurper.

Het lijkt er nu op dat helemaal ‘bij’ ben, maar dat is slechts schijn: bij deze activiteiten zit ik nog steeds achter de laptop, omdat mijn mobiele telefoon alleen is uitgerust met de functionaliteit telefoneren. Over niet voorop lopen gesproken. Buitenshuis durf ik dat ding al bijna niet meer tevoorschijn te halen, bang als ik ben om niet voor vol te worden aangezien.

Gelukkig betaalt de tijdsinvestering in de social media zich dubbel en dwars terug. Want het is bijna onmogelijk om mensen nu nog uit het oog te verliezen. En diegenen die 10, 20 jaar buiten beeld waren, zitten na enkele muisklikken weer bij je op de koffie. Een wonderbaarlijk verschijnsel.

Met de temperaturen van de afgelopen dagen krijgen we massaal de zomer in ons hoofd en dat betekent: naar buiten. En eenmaal buitengekomen storten we ons op zaken waar we ons gewoonlijk mee bezighouden als de temperatuur boven de, pakweg, 20 graden uitkomt.

Een jaarlijks terugkerende, absoluut noodzakelijke activiteit, die bovendien alleen kan worden uitgevoerd bij aangename temperaturen en bij voorkeur als de buren genieten van een welverdiend rustmomentje, is het reinigen van het tegelterras met een hogedrukspuit. Met zo’n klus ben je algauw een halve dag zoet, doordat het terras begint bij de achtergevel en eindigt bij het hek achterin de tuin, maar dan kan je toch zeker weer een jaar genieten van het resultaat. En diegenen die niet de rijkdom hebben van een groot terras, hebben wel wat anders te doen: grasmaaien. De afmeting van het grasveld in de gemiddelde Nederlandse achtertuin moet toch zeker 20 vierkante meter bedragen, en in aanmerking genomen dat dit gras gedurende het zomerseizoen gemiddeld om de week wordt gemaaid, is het alleszins gerechtvaardigd deze routine te automatiseren. Met zo’n trimmer; goed voor minimaal een half uur ontspannen gejengel.

Mij niet gezien dus. Zelf pak ik wel de grasmaaier, zonder motortje en zo mee klaar. Of beter: mijn kinderen pakken ‘m en racen ermee over het gras en nemen in een moeite door het trapveldje verderop in de straat mee. En voor het terras in m’n, overigens met borders ingerichte, postzegeltuintje volstaat een enkele keer de bezem erover. Ik begrijp niets van die behoefte om alles steriel te houden, of van de angst om de handen vuil te maken aan aarde. Iedereen wil tegenwoordig een ‘gemakkelijk te onderhouden’ tuin, maar ondertussen hoor ik steeds vaker een hoop lawaai komen uit de tuinen om mij heen. Zat ik net lekker rustig met een boek in de schaduw.

De principes van Mindful-denken ten spijt: de meeste ingevingen ontstaan als je bezig bent met zaken die met weinig aandacht volbracht kunnen worden. In het boek ‘Creativiteit Hoe? Zo! (Igor Byttebier, 2002) is te lezen dat nieuwe ideeën vaak opkomen tijdens activiteiten die betrekking hebben op de persoonlijk verzorging, zoals douchen, toiletbezoek of tandenpoetsen.

Ik moest aan het bovenstaande denken, toen ik vanmorgen onder de douche stond, en er weer een heel lint aan gedachten door mijn hoofd was gekronkeld. Moet je eens proberen of het je lukt om weer uit te komen bij de eerste gedachte, door datzelfde paadje in omgekeerde volgorde te bewandelen. Een goede oefening om te ontdekken hoe jouw ideeën tot stand komen. En daarnaast een handige methode ze te onthouden, als je niets bij de hand hebt om ze vast te leggen; een soort knoop in je zakdoek dus.

Nu ik het heb over associëren en knopen, is de overstap naar metaforen ook snel gemaakt. Ik gebruik metaforen graag, omdat ze kunnen helpen om zaken op een eenvoudige manier uit te leggen of te onthouden. Zo nam ik mijzelf een aantal jaren geleden voor dat ik niet alleen thuis minder wilde strijken, om zo meer tijd over te houden voor belangrijker zaken, maar dat ik dat principe ook in mijn werk wilde toepassen. Hier staat de metafoor dus voor: niet perfect is vaak goed genoeg. Inmiddels herinnert dat beeld van die strijkbout mij regelmatig aan mijn voornemen, als ik weer eens dreig door te draven. (Misschien een ideetje voor een tegeltje, op te hangen boven het bureau of andere werkplaats: een strijkbout met een streep erdoor).

De beelden van de strijkbout en de kronkelende gedachten vallen ineens samen: het kan wellicht toch geen kwaad om die gedachtenkronkels bij tijd en wijle recht te strijken. Zodat je, al is het maar af en toe, heel mindful met je activiteit bezig kunt zijn.

Dacht ik als beginnende blogger nog wel terug te kunnen vallen op de huis- tuin- en keukenverhalen, kom ik toch weer bedrogen uit.

Meeslepend is mijn leven de laatste weken allerminst. Het zal ongetwijfeld te wijten zijn aan een gebrek aan creativiteit dat ik uit mijn dagelijkse bezigheden geen humoristisch, beschouwend dan wel spannend verhaal weet te destilleren.

Neem nou zo’n dag als gisteren: kinderen naar school brengen, e-mails lezen en beantwoorden, een sollicitatiebrief versturen, kletsen met een andere moeder op het schoolplein, boodschappen doen. Dan heb je het wel gehad hoor. Veel verder dan een opsomming kom ik niet.

Teer puntje bij die beoogde huis- tuin- en keukenverhalen is de privacy van mijn huisgenoten. Zij hebben niet gevraagd om de openbaarmaking van hun aandeel in mijn leven, en zouden bij al te veel openhartigheid wel eens hun onvoorwaardelijke steun kunnen staken.

Hier geen verslag dus van geestige discussies met of tussen mijn twee zonen, eventueel bijzondere gewoonten van mijn man die de moeite van het vermelden waard zijn of belevenissen uit het gezinsleven van alledag die, opgetekend door mij, iets toevoegen aan die 100 duizenden andere verhalen die er al zijn over evenzoveel gezinnen.

Welk verhaal brengt mij dan tot die tweehonderd woorden?

Van overmoed naar lichte spijt is maar een kleine stap. Dat is vaak de consequentie van het ondoordachte doen.

Op deze wijsheid ben ik een week na het openen van dit blogaccount aanbeland. Want ik had mij niet gerealiseerd dat het onderhouden van een blog veel tijd kost. En dan gaat het nog niet eens over de tijd die je aan het schrijven zelf besteed. Als beginnende blogger heb ik namelijk de blogs van anderen ontdekt, zodat ik deze week aardig wat uurtjes bezig ben geweest met het lezen daarvan. (Zie hiervoor ook onder ‘Bezigheden’).

Even verder met die gevoelens van spijt. Waarom dit blog begonnen, temidden van al die andere verhalen die dagelijks verschijnen? Heeft een mens überhaupt nog wel tijd om al die stukjes te lezen? Of bevindt zich onder deze lezers een groep followers die, net als ik, wordt afgeleid door al deze berichten?

Oké, oké, fout onderwerp, verkeerde strategie, die gaat je niet aan deze krabbels binden. Voor mij betekent het dat ik terug zal moeten keren naar overmoed, zodat dit blog geen vroegtijdige dood sterft. Wellicht moet ik voor leuke stukjes gewoon dicht bij huis blijven. Liggen die leuke verhalen daar gewoon voor het oprapen.

Zaterdagavond kwam onze poes gewond thuis. We hadden het niet direct in de gaten. Totdat zoonlief kwam vertellen dat Poes Muis op zijn bed lag en zo stonk. Het bed bleek door haar ondergepiest, en Poes hield zich inmiddels daaronder schuil. Toen ik haar probeerde op te pakken, begon ze hard te grommen. Ze had geen zichtbare verwonding, maar liep wel als een stramme bejaarde. Ik pakte haar mandje, zette haar daar voorzichtig in en nam haar mee naar beneden, zodat ik haar in de gaten kon houden. 

Het was niet de eerste keer dat ze strompelend thuiskwam. In het afgelopen halfjaar was ik daardoor al twee keer met haar naar de dierenarts geweest, omdat ik botbreuken of andere inwendige chaos vermoedde. De werkelijke schade was terug te vinden in mijn portemonnee. Met Poes ging het na twee dagen alweer beter. 

Zondagochtend zag ik het pas toen ze zich uit haar slaapplaats liet zakken. Een slap hangend staartje. Het bewoog niet meer. Ik raakte het voorzichtig aan om bevestigd te krijgen dat dat inderdaad pijnlijk was. Dus toch weer naar de dierenarts. 

Manlief en ik waren er inmiddels van overtuigd dat dit het werk moest zijn van een kattenhater. We hadden zelfs al iemand op het oog die precies in dat profiel paste. In gedachten was ik bezig een huis-aan-huis-mailing te formuleren, waarin ik getuigen van dit misdrijf opriep zich bij ons te melden. 

De dierenarts onderzocht buik en rug van Poes en kneep zachtjes in haar staart. De voorlopige diagnose: de staart was uitgerekt geweest, vermoedelijk doordat deze had vastgezeten in een schutting, of iets dergelijks. Wat injecties zouden moeten bijdragen aan de genezing. Als ze na twee dagen niet zou opknappen, moesten we maar terugkomen om een foto te laten maken. 

Maandagavond zit ik achter mijn computer, terwijl Poes op de stoel achter mij ligt te suffen. Af en toe kijkt ze mijn kant uit, waarbij ze vriendelijk met haar ogen knippert. Haar staartje is minder pijnlijk, heb ik uitgetest, hoewel ze deze uit zichzelf niet beweegt. Als ze zich op haar andere zij draait, gromt ze. Dit muisje krijgt nog een staartje..

Ik kan het ook niet laten. Neem ik me voor deze blog alleen te gebruiken om schrijfkilometers te maken, wil ik er toch weer iets moois van maken. Het gevolg is dat ik een uur kwijt ben met het zoeken naar een leuke vormgeving. En dat is nou net iets wat ik niet wil, aangezien ik genoeg andere bezigheden heb die ik gisteren af had willen hebben.

Maar ik ben er zo goed in: me bezighouden met gefrommel, zodat ik lastiger – lees: minder leuke –  taken nog even kan uitstellen. Eigenlijk zou ik dat op deze plek niet moeten vermelden, omdat deze neiging niet past in het rijtje met kwaliteiten die velen liever van zichzelf laten zien, zoals: resultaatgericht, kwaliteitsgericht, doeltreffend, to-the-point, daadkrachtig, enzovoorts. 

Uiteraard zijn al deze kwalificaties ook op mij van toepassing, ik zou wel gek zijn om dat te ontkennen. Ze zijn alleen niet altijd even zichtbaar.

Meestal beëindig ik mijn niet geplande bezigheden, zodra ik me realiseer waar ik eigenlijk mee bezig had moeten zijn. En vaak is dat niet zo gunstig voor het resultaat. Zodat ik weer een nieuwe taak kan toevoegen aan mijn actiepuntenlijstje.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 281 other followers